woensdag 17 oktober 2007

In het kader van ons werkveld onderzoek voor de kunstacademie zijn wij, Tonnie en Marieke, naar Haarlem afgereisd voor een bezoek aan het Spaarnestad fotoarchief, of zoals ze nu heten: Spaarnestad Photo, voor de internationale aanpak.

Voor ons bezoek hebben we een afspraak gemaakt want het archief is niet zomaar toegankelijk. We werden enthousiast ontvangen door een van de medewerkers van het Archief: Marc Voskuijl.
Marc begon met een rondleiding door het archief en vertelde ons zo meer over het verleden van het archief.
Zo is het allemaal begonnen met de oprichting van de Rooms-Katholieke uitgeverij en drukkerij De Spaarnestad in 1906. Met het aanbieden van ontspanningslectuur voor aanhangers van het katholieke geloof wilde de uitgever de emancipatie van het katholieke deel van de Nederlandse bevolking bevorderen.
In de jaren die volgden werden verschillende tijdschriften overgenomen zoals de katholieke Illustratie en Panorama. In 1934 verscheen damesblad Libelle voor het eerst.

De eerste nummers van de Katholieke Illustratie bevatte geen foto’s. Het was immers aan het einde van de 19e eeuw nog niet mogelijk om tekst en foto’s tegelijk in grote oplages te drukken. Soms werd een illustratie geplaatst die te maken had met het nieuws van die tijd, dit waren dan gravures.
Ambachtslieden sneden in een houten of stalen plaat een tekening, soms naar voorbeeld van een foto. Door de plaat te inkten en weer schoon te maken, kon met de in de groeven achtergebleven inkt een afdruk gemaakt worden.
In 1882 introduceerde de Duitser Georg Meisenbach het ‘half-toon’ procédé. Kenmerkend is het raster van zwarte puntjes, waarmee het mogelijk werd de grijstonen van een foto op goedkope wijze massaal te reproduceren. De Katholieke Illustratie experimenteerde al in 1885 met deze techniek. Toch zou het nog tot het begin van de 20ste eeuw duren voordat de foto definitief won van de gravure. Sindsdien begon de fotografie meer en meer het gezicht van tijdschriften te bepalen. Nieuwe geïllustreerde tijdschriften werden opgericht, zoals het weekblad Het Leven in 1906. Het gebruik van foto’s werd gepresenteerd als bewijs van betrouwbaarheid van de berichtgeving: een foto kan toch niet liegen?
Marc heeft ons de uitgave van de katholieke Illustratie laten zien met de eerste foto die in het tijdschrift is afgedrukt.


Rond 1910 ontstonden de eerste persfotografen. Deze mannen voorzagen de kranten en tijdschriften van foto’s bij artikelen. Ook uitgeverij Spaarnestad nam eigen fotografen in dienst en abonneerde zich op Nederlandse en buitenlandse fotopersbureaus, die nieuwsfoto’s leverden uit het hele land en de rest van de wereld. Tot 1923 werden de foto’s eenmalig gebruikt en vervolgens meestal weggegooid. Vanaf die tijd begon men ze te bewaren, omdat men inzag dat een foto ooit weer opnieuw gebruikswaarde kon krijgen. Spaarnestad Photo behoort daarmee tot de oudste fotoarchieven van Europa.
In de jaren ’60 fuseerde uitgeverij Spaarnestad met De Geïllustreerde Pers (margriet en Revu). De beide uitgeverijen gingen op in de Verenigde Nederlandse Uitgeversbedrijven (VNU) en hun fotoarchieven werden samengevoegd.
In 1986 werd het archief, overgedragen aan de stichting Nederlands Foto- & Grafisch Centrum (NFGC). Hoewel de uitgever (inmiddels het Finse bedrijf Sanoma) nog wel eigenaar is van de collectie, beheert de stichting de collectie naar eigen goeddunken. De foto’s die na 1986 in bezit van het archief zijn gekomen, zijn wel eigendom van de stichting.


Het archief gaat vandaag de dag op verschillende manieren te werk. Allereerst is het een archief waar verschillende instanties, zoals bedrijven, kranten, tijdschriften, musea, etc terecht kunnen voor fotomateriaal. Maar welk materiaal is er dan beschikbaar? De kernvraag van een archief is natuurlijk welke selectiecriteria het hanteert. Deze vraag is in dit geval eenvoudig te beantwoorden: het archief richt zich op analoog fotomateriaal uit de 20e eeuw. De basis wordt gevormd door de foto’s van de uitgeverij. Dit zijn foto’s die ooit ter publicatie aan de uitgeverij zijn aangeboden. Daarnaast zijn er in de loop der jaren andere archieven bij gekomen. Zo heeft bijvoorbeeld het ANP haar ‘inactieve’archief aan Spaarnestad geschonken. In het archief bevinden zich voornamelijk persfoto’s. Een persfoto is meestal de weergave van een gebeurtenis. Vaak wordt deze op de achterkant van de foto beschreven met behulp van zogenaamde ‘captions’. Samen met bijvoorbeeld datums en stempels met de naam van de maker of het fotopersbureau, voegt deze informatie op de achterkant belangrijke waarde toe aan de foto als historische bron.

De foto’s worden op onderwerp of bekend persoon geordend. In het archief staan voornamelijk afgedrukte foto’s, dus de zogenaamde ‘positieven’. Als iemand een foto wil gebruiken dan krijgt hij/zij tegenwoordig een digitaal bestand van de ingescande foto. De foto’s zijn te bezichtigen via een beeldbank die toegankelijk is via de website van het archief: www.spaarnestadphoto.nl.


Hier kun je bijvoorbeeld op onderwerp of gebeurtenis zoeken, je krijgt dan de foto’s te zien die bij de selectie horen. Mocht je een foto willen bestellen, dan heb je een inlogcode nodig die aangevraagd kan worden bij het archief.De klant betaalt een vergoeding voor de foto. De prijzen die het archief hanteert komen overeen met de prijzen die fotografen hanteren voor publicaties. Dus de prijs hangt af van de grootte van de afdruk in de publicatie en de oplage. Als de maker van de foto nog leeft, krijgt hij/zij een vergoeding van het archief.
Er is door de jaren heen ook een collectie ontstaan binnen het archief van bijzondere fotografen. Het gaat hier om werk van wereldberoemde fotografen zoals Anton Corbijn, Brassaï, Cartier Bresson en Emmy Andriesse. Deze foto’s zijn veel geld waard en worden in een aparte kluis bewaard. Bij deze foto’s speelt copyright een belangrijke rol. Deze foto’s kunnen alleen ter beschikking gesteld worden aan derden door een contract af te sluiten met de betreffende fotograaf of zijn/haar nabestaanden. Tenzij de fotograaf reeds 70 jaar dood is, dan vervalt het copyright.


Omdat het archief zich richt op fotografie uit de 20e eeuw wordt het nu niet meer up-to date gehouden. Wellicht een gat in de markt voor iemand?
De reden hiervoor is 3-ledig:
1. Vanaf de jaren 70 werd het gebruikelijker om de foto’s die ter beschikking waren gesteld aan de uitgever, terug te sturen naar de fotograaf;
2. Opkomst van kleurenfotografie; vaak werden er door fotografen dia’s aangeboden. Deze waren kostbaarder dan een zwartwit afdruk en de fotograaf zat er dan bovenop om de dia terug te krijgen;
3. We leven nu in een digitaal tijdperk en de foto’s worden nu als digitaal bestand aangeboden en niet meer afgedrukt.

In hoedanigheid van de archieffunctie werkt het archief ook pro-actief. Marc, bijvoorbeeld, houdt het nieuws goed in de gaten en als er nieuws items zijn die refereren naar een onderwerp uit de vorige eeuw, dan selecteert Marc relevante foto’s en biedt deze dan aan kranten, tijdschriften en/of nieuwsredacties aan. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan herdenkingen en jubilea.
Bij het archief hoort ook een galerie waar regelmatig exposities te zien zijn met de foto’s uit het archief.
En als laatste activiteit brengt het archief ook boeken uit over verschillende onderwerpen/thema’s want er zijn voldoende foto’s voorhanden! Zo heeft Marc bijvoorbeeld een boek gemaakt over Zeppelins en uitgebracht. Ook worden er in samenwerking met scholen boekjes uitgebracht met educatieve waarde.




Geen opmerkingen: